Potje met vet
Blog 22, Potje met Vet
De buurtvereniging houdt zich bezig met het wel en wee van de buurtbewoners. Daartoe organiseert zij activiteiten die de sociale samenhang van de buurt bevorderen, zoals het organiseren van buurtfeesten en allerlei activiteiten voor kinderen.
Mijn ouders woonden vlak na de oorlog als netgetrouwd stel in bij de ouders van mijn vader. De woningnood was ook toen groot, starters hadden weinig kans om snel een huis te vinden. Ik werd dus geboren in het huis van mijn grootouders. Gedrieën verhuisden we naar een tweekamerflatje in Den Haag, daar werd een broertje geboren. Gevieren verhuisden we naar een driekamerflatje, daar werd een zusje geboren en toen we daarna naar een vierkamerflat verhuisden kwam er nog een broertje bij.
Ik heb goede herinneringen aan de tijd in het flatje met drie kamers. Vierhoog stonden vier flatgebouwen dwars op de straat, met daartussen het "veldje" waarop je kon voetballen, met lage struiken eromheen met prikkeldraad, waar je in kon blijven hangen. Er was een soort pleintje waar je kon knikkeren en kon tollen. Mijn beste tol was middenmaatje groot, ik had er een schroef met een scherpe punt in geschroefd en bovenop zaten, als een soort heksenkring, vijf glimmende punaises. Met die tol "beukte" ik heel wat tollen kapot. Mijn gevoel onverslaanbaar te zijn, werd na enige tijd afgestraft, nota bene door een klein tolletje dat mijn rode "hamer" netjes in twee delen uiteen deed vallen.
De goede herinneringen hangen onder andere samen met wat wij de tuinvereniging noemden.
De tuinvereniging werd geleid door een bevlogen meneer die in zijn kelder een cursus handvaardigheid gaf; er werd vooral aan figuurzagen gedaan. Daarnaast organiseerde hij met Koninginnedag spelletjes voor de kinderen. Zoals wedstrijden zaklopen, met eieren op een lepel rennen, een sinaasappel tussen twee voorhoofden klemmen en van het ene boompje naar het andere boompje lopen en als klap op de vuurpijl de voetbalwedstrijd tussen de mannen, die tot dan toe alles aan de moeders hadden overgelaten.
Die wedstrijd was een opwindende gebeurtenis omdat ze vaak lelijke woorden riepen en heel erg tegen elkaar schreeuwden. Na afloop gingen de mannen naar de kroeg en brachten de moeders de kinderen hoofdschuddend, want ze wisten hoe die gang naar de kroeg zou aflopen, naar bed.
De belangrijke meneer van de tuinvereniging organiseerde ook een wandelclub voor de kinderen. Zo liepen we de Duinenmars. Als je die had uitgelopen kreeg je eerst een medaille die aan een stoffen label in de kleuren geel en groen hing. De tweede keer kreeg je een metalen klipje met het cijfer 2 dat je om het label kon klemmen. Pas bij de 5e en de 10e keer kreeg je een nieuwe medaille. Iets dergelijks gebeurde bij de avondvierdaagse.
De gewichtige meneer van de tuinvereniging vond het belangrijk dat wij netjes liepen, recht achter elkaar, mooi naast elkaar en in gelijke tred. Marcheren dus. Dat vonden we best leuk om te doen. Maar nog leuker was het zingen en dan vooral het roemruchte lied, "Potje met vet". Alle coupletten waren precies hetzelfde op de laatste regel na, daarin telden wij verder. Op een keer hadden we afgesproken dat we tot honderd zouden gaan.
Het was de enige keer dat ik de respectabele man boos heb zien worden.

Reacties
Een reactie posten